Wat kan ik weten?

De eerste stelregel die in het Grieks op een zuil op het voorplein van de tempel van Apollo in Delphi is geschreven: “Ken uzelf”.

Wij zijn Succes-Meester en dit is het tweede bericht dat ik op onze blog, www.succesmeester.com, heb gepubliceerd. Mijn naam is Max Giezen, oprichter en beheerder van Succes-Meester, en ik verwelkom je met veel enthousiasme. In onze eerste post, Wat is Succes-Meester?, ontdekten we de zeven eerste indrukken die betrekking hebben op de betekenis van het woord ‘succesmeester’. Het eerste punt van de eerste indruk gaat als volgt: “De succesmeester is een persoon die nadenkt over wat voor hem of haar belangrijk is. In deze huidige post zullen we dat in meer detail onderzoeken, door het gebruik van de fenomenologische houding, waarbij we onszelf vier fundamentele existentiële vragen stellen om zelfdenkende individuen te worden.


De ‘fenomenologische houding’ en de vier vragen.

Fenomenologie is de studie van bewustzijnsstructuren zoals ervaren vanuit het oogpunt van de eerste persoon. De centrale structuur van een ervaring is haar intentionaliteit, haar oriëntatie op iets, aangezien het een ervaring is van of over een object. Deze houding (fenomenologie) is gebaseerd op het besef dat we nooit aan onszelf kunnen ontsnappen, we zullen nooit boven de contingentie (toevalligheid) van ons bestaan ​​kunnen uitstijgen. Dat we onszelf niet kunnen ontwijken is niet alleen een primair epistemologische kwestie (een kwestie van kennis), het is een existentiële kwestie (een levensvraag over het bestaan).

Met de fenomenologische houding besteden we tijd aan de volgende eerste drie vragen vanuit het ik-perspectief. Daarom is het belangrijk om jezelf tussen het lezen af ​​en toe eens kritisch af te vragen hoe het gaat in je eigen persoonlijke sfeer. Bij de vierde vraag hebben we te maken met een derde persoonsperspectief, en daar is het van belang om de vraag zo objectief mogelijk te behandelen in plaats van subjectief.

Dit zijn respectievelijk de vragen die we onszelf stellen: “Wat kan ik weten?“, “Wat moet ik doen?“, “Wat mag ik hopen?“, “Wat is de mens?

In deze blogpost stellen we ons alleen de eerste vraag.


Wat kan ik weten?

Onze onderliggende regels van epistemologisch denken vormen onze uitdrukkingen als het gaat om waarheden, overtuigingen en werelden. Deze onderliggende regels hoeven niet voor iedereen hetzelfde te zijn. Sommigen geloven in verschillende waarheden, hebben dus verschillende overtuigingen, en spreken dan anders over verschillende werelden dan iemand die andere waarheden en overtuigingen heeft. En als je het daar niet mee eens bent, bevestig je het punt dat ik probeer te maken. Maar waar druppelen onze overtuigingen vandaan? Welke onderliggende regels bepalen de dagelijkse continuïteit van onze overtuigingen die samen als coherent kunnen worden geformuleerd? Daar zijn waarschijnlijk veel antwoorden op, en het antwoord dat ik hierop geef is de epistemologische attitude.

Hieronder staan ​​drie tabellen. Deze tabellen dienen als inleiding tot epistemologische attitudes, namelijk ‘de realistische houding‘, ‘de ideaal-realistische houding‘ en ‘de sceptische houding‘.


De realistische houding:
Soorten:Uitspraken:
1:Premisse.Alles dat ontisch bestaat, is waar.
2:Propositie.Als ik weet wat ontisch bestaat, dan heb ik ware kennis.
3:Propositie.Ik weet wat ontisch bestaat.
4:Conclusie, (2, 3 en MP).Dus ik heb noodzakelijkerwijs ware kennis.
Tabel 1: de realistische houding.

De realistische houding begint met een premisse (een vooronderstelling dat iets waar is) dat zegt: “Alles dat ontisch bestaat, is waar.” Alles wat ontisch is, is echt. En alles wat echt is, bestaat. En alles wat bestaat, is waar. Deze premisse houdt in dat concreet bestaande dingen, zoals de dingen die de exacte wetenschappen onderzoeken, onafhankelijk van ons bewustzijn bestaan. Want als er niemand zou leven, maar het scherm waar je naar kijkt zou nog steeds bestaan, dan zou het ding an sich (het ding zoals “het scherm” bestaat op zichzelf) nog steeds bestaan ​​- ongeacht de meningen die we erover zouden kunnen hebben.

Er is een objectieve wereld die onze menselijkheid overstijgt, onafhankelijk van ons bewustzijn, en we kunnen er niet aan ontsnappen.

De realistische houding.

Vanuit het uitgangspunt stellen we een propositie voor (een bewering die waar of onwaar kan zijn). De eerste propositie gaat als volgt: “Als ik weet wat ontisch bestaat, dan heb ik ware kennis.” Deze propositie is coherent met de premisse omdat het ontische bestaan ​​wordt gelijkgesteld met de waarheid. Hieruit volgt dat als je weet wat er bestaat, je meteen weet wat de waarheid is. Maar de propositie is geen premisse, en dat komt omdat realisten, vaak empirici (individuen die beweren dat kennis voornamelijk of volledig voortkomt uit zintuiglijke ervaring), weten dat hun overtuigingen niet altijd overeenkomen met de waarheid. Daarom, als je denkt te weten wat er is, betekent dat soms niet dat je weet wat de waarheid is. Dus we stellen voor wat er is, en we gaan proberen die stelling zo kritisch mogelijk te weerleggen door de inherente argumenten en overtuigingen ervan te ontkrachten. Werkt dit niet? Dan mogen we aannemen dat het voorstel verwijst naar iets feitelijks. Sommigen zullen nog steeds zeggen dat dat feit na verloop van tijd zal vervagen, en anderen zullen zeggen “Eureka!”

De volgende propositie is: “Ik weet wat ontisch bestaat.” Deze propositie veronderstelt dat we een punt hebben bereikt waarop we weten wat er bestaat. De tweedeling in de vorige paragraaf, tussen sceptici (twijfelaars) en aannemers van overtuiging, is na deze propositie volledig verdwenen. We weten zeker dat een propositie iets precies over de wereld aangeeft dat waar is, wat meteen betekent dat het bestaat. Dit betekent dat een explanandum (dat wat verklaard moet worden) de succesvolle conclusie is uit de explanans (de verklarende). Meestal worden deze verklaringen uitgerold door de natuurwetenschappen, wiskundige modelleringen, formele logica en experimentele toetsen.

Als de eerste propositie stelt dat als ik weet wat ontisch bestaat, ik dan ware kennis heb, en de tweede propositie stelt dat ik weet wat ontisch bestaat, dan volgt daaruit dat ik noodzakelijkerwijs ware kennis heb. In de propositielogica noemen we deze stap ‘modus ponens’. Het woord ‘noodzakelijkerwijs’ is toegevoegd om duidelijk te maken dat het op dit moment niet mogelijk is om geen ware kennis te hebben, als aan de voorwaarden wordt voldaan.

Kortom, de realistische epistemologische houding is een houding die ons doet focussen op de mensonafhankelijke werkelijkheid en een houding die we tijdens onze oriëntatie kunnen gebruiken om te ontdekken, onderzoeken en leren wat die werkelijkheid is en hoe die werkt. Bovendien hebben we de mogelijkheid om precies over die werkelijkheid te spreken, wat betekent dat het begrijpen van ware kennis identiek is aan het kennen van de werkelijkheid.


De ideaal-realistische houding:
Soorten:Uitspraken:
1:Premisse.Als iets ontisch bestaat, dan is iets waar.
2:Premisse.Alles waarvan ik denk dat het waar is, is waar omdat ik denk dat het waar is.
3:Propositie.Als ik weet wat ontisch bestaat, dan heb ik ware kennis.
4:Propositie.Ik weet niet (precies) wat ontisch bestaat.
5:Conclusie, (3, 4 en MP).Dus ik heb mogelijkerwijs ware kennis.
Tabel 2: de ideaal-realistische houding.

De eerste premisse in de tabel van bovenstaande ideaal-realistische houding lijkt sterk op de eerste premisse van de tabel van de realistische houding, maar ze zijn niet identiek aan elkaar. De realistische houding veronderstelt namelijk dat er überhaupt een ontisch bestaan ​​is. De premisse van de ideaal-realistische houding, “Als iets ontisch bestaat, dan is iets waar“, doet een stap terug en geeft het voordeel van de twijfel dat als er een ontisch bestaan ​​is, dat ontische bestaan ​​dan waar is. Maar dat er überhaupt een ontisch bestaan ​​is, is voor de ideaal-realistische houding hoogstens een bewuste veronderstelling.

Misschien is er een objectieve wereld, maar als die er was, manifesteert die wereld zich aan ons in relatie tot ons bewustzijn, en de wereld kan niet ontsnappen aan onze vooraf bepaalde bewustzijnsstructuren.

De ideaal-realistische houding.

Aangezien waarheid hoogstens een bewuste veronderstelling is, impliceert waarheid direct dat zij zich manifesteert in het bewustzijn van de mens. Dit brengt ons bij de tweede premisse: “Alles waarvan ik denk dat het waar is, is waar omdat ik denk dat het waar is.” Je kunt dit uitgangspunt interpreteren als een cynische kijk op de menselijke accumulatie van ware kennis. Maar waar we ons meer zorgen over maken, is de realiteitsafhankelijkheid van bewustzijn. Zelfs als er iets van een ontisch bestaan ​​is dat praktisch onlosmakelijk verbonden is met ons bewustzijn, betekent dit niet dat we geen concepten creëren over verschillende werkelijkheden die zijn geconstrueerd door feilbare zintuigen en beperkte competenties.

Hoewel direct contact met het ding an sich niet mogelijk is, wat betekent dat we een ontische realiteit niet kunnen kennen, is een ding für sich (een verzonnen concept over dat wat zich aan ons manifesteert door de menselijke manier van tonen) mogelijk de conclusie van de beste uitleg. Dit brengt ons bij de illustratie van de eerste propositie: “Als ik weet wat ontisch bestaat, dan heb ik ware kennis.” Deze formele propositie is alleen onjuist als ik weet wat er ontisch bestaat en geen ware kennis heb. Dit betekent dat het mogelijk is dat ik ware kennis kan vatten, ongeacht of ik weet wat ontisch is of niet.

Na het realiseren van de contingentie van het bevatten van ware kennis, stelt de tweede propositie het volgende voor: “Ik weet niet (precies) wat ontisch bestaat.” Aanhangers van de ideaal-realistische houding zijn zich bewust van onze incompetenties en zullen daarom in theorie nooit echt weten wat er aan de hand is. Desalniettemin leveren pragmatische theoretici, die abductie redeneringen gebruiken (geeft een plausibele conclusie, maar verifieert deze niet positief), overtuigingen die periodiek standhouden en worden gekozen als de meest waarschijnlijke verklaringen. Vanwege de contingentie van het al dan niet bevatten van ware kennis, concludeert de ideaal-realistische houding dat “ik mogelijkerwijs ware kennis heb.” Dit laat zien waarom waarheid wordt ervaren als een geloof in plaats van als een onafhankelijke entiteit.

De overtuigingen worden meestal gevormd door ervaren herhalingen en daaropvolgende correcte voorspellingen. Dat we wakker worden na het slapen is geen feit, maar een overtuiging die ons elke keer dat we wakker worden wordt bevestigd. We ervaren dit soort overtuigingen als waarheid, maar er komt een dag dat we niet wakker worden uit onze slaap – en zelfs dat ervaren we als waar of onwaar op basis van onze andere overtuigingen. Hieruit volgt dat we waarheid ervaren als een opeenstapeling van bevestigingen, en onwaarheid als een opeenstapeling van ontkenningen. Niettemin hoeft er slechts één ontkenning of één bevestiging te worden ervaren, en onze overtuigingen vallen langzaam in twijfel.

Kortom, de ideaal-realistische houding is een houding die ons doet focussen op de mensafhankelijke werkelijkheid en een houding die we tijdens onze oriëntatie kunnen gebruiken om te ontdekken, onderzoeken en leren wat de afhankelijke relatie van kennis is tussen de mens en zijn of haar omgeving en hoe we daarmee omgaan. Pas op dat deze zoektocht oneindig zal doorgaan zolang men blijft zoeken naar een oplossing, aangezien elke waarheid een overtuiging is die kan vervallen in twijfel en ongeloof, en vice versa.


De sceptische houding:
Soorten:Uitspraken:
1:Premisse.Alles wat Waar is, kan niet met zekerheid worden geweten.
2:Propositie.Als ik niet zeker weet wat Waar is, dan heb ik valse kennis.
3:Propositie.Ik weet niet zeker wat Waar is.
4:Conclusie, (2, 3 en MP).Dus ik heb noodzakelijkerwijs valse kennis.
Tabel 3: De redenering voor zekere onware kennis

Ten slotte komen we bij de sceptische houding, waarvan de premisse “Alles wat Waar is, kan niet met zekerheid worden geweten” is. Op dit punt lijken alle handvatten om De Waarheid te begrijpen totaal ongrijpbaar. Wat een scepticus, van het pyrronistische soort, accepteert of voor waarheid aanneemt, is dat De Waarheid, de absolute waarheid, bestaat en dat het door mensen kan worden gekend zonder hun medeweten. Ter illustratie, de proposities waar Waarheidswaarden van belang zijn, zijn proposities die onvolledig, ongeldig, beperkt, contingent of leuk zijn om te proberen – tenminste als sceptici die proposities naar voren brengen die pleiten voor de voorgestelde relatie tussen de Waarheidswaardige stellingen in kwestie en De Waarheid, die binnen datzelfde kader ongeldig wordt verklaard. Daarom weten we nooit precies wanneer en of we De Waarheid onthullen terwijl we Waarheidsstellingen gebruiken.

Sommige overtuigingen kunnen waar zijn, maar omdat er geen onpartijdige niet-circulaire rechtvaardiging is voor onze overtuigingen, kunnen we niet weten welke van onze overtuigingen overeenkomen met de absolute waarheid.

De sceptische houding.

Zoals gezegd, we hebben kennis. Maar we weten niet zeker of onze kennis volledig gerelateerd is aan De Waarheid. Onze kennis staat dus niet op een fundament van zekerheid. Hieruit volgt de eerste propositie: “Als ik niet zeker weet wat Waar is, dan heb ik valse kennis.” Deze propositie gebruikt het woord ‘waar’ met een hoofdletter om aan te geven dat het over De Waarheid gaat, in tegenstelling tot algemene waarheden binnen de ideaal-/realistische houdingen. De Waarheid gaat niet zozeer over een feit dat alleen waar is als het wordt gekaderd door een smal perspectief, zoals dat bewustzijn van de mensheid. Vandaar dat onze incompetentie in het kennen van De Waarheid de reden is voor het bezitten van valse kennis, niet per se onware kennis. De algemene kennis kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het feit dat Usain Bolt goud won op de 100 meter sprint op de Olympische Zomerspelen van 2008. Valse kennis zou kennis zijn van “weten” waarom Usain Bolt goud won. Omdat we de waarom-vraag opnieuw kunnen stellen met elk mogelijk antwoord, betekent dit dat we de meest gigantisch ingewikkelde hoeveelheid kennis over het universum en zijn metafysica moeten bevatten voordat we met enige epistemologische zekerheid kunnen stellen waarom alles überhaupt is.

De tweede propositie luidt: “Ik weet niet zeker wat Waar is.” Dit wordt natuurlijk gesteld nadat de scepticus ontdekt dat hij of zij helemaal niet kan weten waarom alles is zoals het is. Elke uitspraak met Waarheidswaarden blijft voor hem of haar hoogstens een speculatie. We construeren opnieuw een conclusie met modus ponens, namelijk dat als p -> q en p, dan q. Hiermee krijgen we q, en in dit geval is q het volgende: “Ik heb valse kennis”, dus ik heb noodzakelijkerwijs valse kennis.

Kortom, de sceptische houding is een houding die terughoudend is om vaste “Waarheden” te verkondigen en een houding die elke andere solide verklaring van De Waarheid identificeert als een creatie van een misverstand, zoals een dergelijke verklaring als volledig correct wordt beschouwd – terwijl de scepticus laat zien dat dat een misvatting is. Om deze reden wordt elke Waarheidsverklaring scherp bekritiseerd zodra deze in de ogen van de twijfelende scepticus wordt onthuld.


Nu is het aan jou om de vraag te beantwoorden.

We hebben drie epistemologische houdingen aan de orde gesteld en we realiseren ons dat onze rationele uitingen gebaseerd zijn op epistemologische principes waarvan we overtuigd zijn. Maar als je wilt weten wat je kunt weten, is het belangrijk dat je jezelf probeert te leren kennen en dat je van daaruit de houding ontdekt van waaruit je denkt en handelt. Want als je eenmaal begrijpt wat je overtuigingen zijn, begrijp je waarom sommige dingen je interesseren of niet interesseren. En dan begrijp je waarom je dingen onthoudt en ze opslaat als kennis, en waarom je dingen vergeet en ze laat vallen als lawaai. Een bekende eerste stap om je gedachtegang te structureren is het tegenspreken van je onderliggende overtuigingen, zodat je jezelf afvraagt: “Dat klopt of ik geloof van wel, ja, maar waarom of hoe is dat zo of geloof ik dat? Waarom of hoe zou er een tegenstrijdigheid zijn, en hoe verandert dat het onderwerp?”

Stel jezelf vragen, probeer ze eerlijk te beantwoorden, denk erover na en probeer te achterhalen hoe jouw gedachtegang zich gedraagt. Nadat je dit een tijdje hebt gedaan, heb je de mogelijkheid om voor jezelf te schetsen wat je denkt te weten. En daarmee heb je meteen je eerste antwoord op de vraag: “Wat kan ik weten?”

Als je geïnteresseerd bent in de levensstijl van de succesmeester, in mensen die ermee omgaan, of als je geïnteresseerd bent in onze volgende blogpost, volg dan minstens één van onze sociale mediakanalen, of abonneer gratis en ontvang nieuwe berichten direct naar je inbox:

Ontvang nieuwe berichten rechtstreeks in je inbox.

KvK-nummer: 83489584
BTW-id: NL003826034B88

Gepubliceerd door Max Giezen

Oprichter en beheerder www.succesmeester.com

2 gedachten over “Wat kan ik weten?

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: